Tuberculose (Tbc) is een infectieziekte, die veroorzaakt wordt door de tuberkelbacterie (Mycobacterium tuberculosis). De meest voorkomende vorm van tuberculose is longtuberculose, maar ook nier-, gewrichts- en kliertuberculose of tuberculose in andere organen komen voor.
'Gesloten' Tbc is niet besmettelijk voor anderen. Bij 'open' longtuberculose kunnen vooral door hoesten en niezen de bacteriën in de lucht terecht komen. Deze patient is de 'bron' en kan besmettelijk zijn voor anderen. U kunt alleen worden besmet door direct contact met de bron, bijvoorbeeld door in dezelfde ruimte te zijn, of door elkaar te spreken. Met inademen kunnen tuberkelbacteriën het lichaam binnendringen.
In de longen kunnen deze bacteriën na enige tijd of pas na jaren een ontsteking veroorzaken. Via bloed- en lymphebanen kunnen de bacteriën ook in andere organen terecht komen en daar een tuberculeuze ontsteking veroorzaken. Het lichaam maakt afweerstoffen die meestal voldoende zijn om een ontsteking in de organen te voorkomen, terug te dringen of te genezen. Wanneer de afweer tekort schiet, zal er een ontsteking ontstaan, waardoor er weefselbeschadiging optreedt. In dit stadium van Tbc kunnen er (vage) klachten ontstaan als moeheid, hoesten en gebrek aan eetlust. Longtbc is kan besmettelijk zijn voor anderen.
Tbc-bestrijding is een van de verantwoordelijkheden van de GGD en blijft noodzakelijk in Nederland. Dit komt door een toename van risicogroepen in de Nederlandse samenleving en door de toename van het reizigersverkeer van en naar het buitenland. Hierdoor neemt de kans dat Tbc in Nederland voorkomt en zich verspreidt, toe.
Aangifte Tuberculose
Tbc is een ziekte waarvoor een wettelijke aangifteplicht geldt. De arts die Tbc vaststelt, moet dat melden bij de GGD. Door die aangifteplicht en door registratie van alle aangiften ontstaat een overzicht van besmettingshaarden en van het aantal patiënten per jaar. Zo kan op elke melding adequaat worden gereageerd.
Bron- en contactopsporing
Zodra een patiënt bij de GGD aangemeld is, neemt de GGD contact op met deze persoon. De patiënt wordt intensief begeleid en krijgt een zware en langdurige medicijnenkuur. Gedurende de hele medicijnenkuur blijft de sociaal verpleegkundige van de GGD de behandeling volgen.
De GGD probeert zo snel mogelijk te achterhalen door wie de patiënt besmet is. Dat wordt bronopsporing genoemd. Indien er sprake is van een besmettelijke vorm van tuberculose worden alle contacten van de patiënt geïnventariseerd. Deze personen worden op en eventuele infectie van tuberculose onderzocht en voorgelicht over de risico’s van een mogelijke besmetting. Dat is het zogenaamde contactonderzoek. Dit onderzoek bestaat meestal uit een Mantoux-test, soms wordt ook een röntgenfoto van de longen gemaakt.
Niet ziek, wel besmet
Een tuberculinehuidtest (mantouxtest) toont aan of iemand wel of niet is geinfecteerd met de tuberkelbacterie. Deze bacterie kan tuberculose (tbc) veroorzaken. Wanneer de huidtest positief uitvalt, betekent dit dat er een infectie heeft plaatsgehad, maar dat wil niet zeggen dat iemand ook werkelijk ziek wordt.
Meer informatie hierover vindt u in deze folder.
Wat doet de GGD
Het Tbc-bureau van de GGD houdt zich bezig met het voorkomen, bestrijden en opsporen van tuberculose. Dit gebeurt preventief door bijvoorbeeld voorlichting, het screenen van risicogroepen en het onderzoeken van mensen die klachten hebben die passen bij Tbc.
Mochten er aanwijzingen van besmetting of van de ziekte zelf zijn, dan houdt de GGD zich bezig met begeleiding, bronopsporing en contactonderzoek onder de personen die ziek of besmet zijn.
Voor een melding of vermoeden van Tbc en voor alle vragen over Tbc kunt u contact opnemen met de GGD.
Voor het maken van een afspraak voor een keuring en/of controle, is het Tbc-bureau bereikbaar van maandag t/m donderdag van 14.00 - 16.00 uur.
Tel: 088 0022910, keuze 2



