Ook in 2011 was sprake van een dergelijke piek. Begin 2012 is het aantal gemelde gevallen van kinkhoest hoog gebleven. De toename van het aantal meldingen houdt nog steeds aan; in de eerste helft van 2012 zijn bij GGD Flevoland 125 gevallen gemeld ten opzichte van 108 meldingen in geheel 2011.
De meldingen betreffen vooral kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar, maar ook onder jonge zuigelingen in de leeftijd van 0-2 maanden is er een toename. Verhoogde alertheid bij huisartsen voor kinkhoest in gezinssituaties met niet- of onvolledig gevaccineerde zuigelingen blijft belangrijk.
Kinkhoest
Kinkhoest is een besmettelijke ziekte van keel, luchtpijp en neus. Het wordt veroorzaakt door de Bordetella pertussis bacterie. In Nederland worden de meeste kinderen volgens het Rijksvaccinatieprogramma ingeënt tegen kinkhoest. Desondanks komt kinkhoest in Nederland regelmatig voor bij zowel kinderen als volwassenen. Mede dankzij de vaccinatie is dat meestal in een milde vorm.
Zeven tot tien dagen na besmetting treden de eerste klachten op zoals koorts, hardnekkige verkoudheid en een droge hoest. Deze eerste fase duurt ongeveer twee weken. Na deze twee weken worden de hoestbuien erger, vooral 's nachts; de hoestbuien gaan gepaard met gierend inademen en het opgeven van slijm. Tijdens de hoestbui kan een patiënt blauw aanlopen en na de hoestbui wordt vaak gebraakt. De hoestbuien zijn erg vermoeiend. Deze periode duurt enkele weken; hierna gaat het hoesten langzaam over in een zogenaamde losse hoest (dus zonder slijm) die nog enige weken kan duren. Bij volwassenen treden deze verschijnselen vaak niet op. Bij volwassenen lijkt kinkhoest op een forse verkoudheid.
Risicogroepen
Iemand die is gevaccineerd tegen kinkhoest of kinkhoest heeft gehad, heeft afweer opgebouwd tegen de ziekte. Het is echter mogelijk dat iemand na jaren (5 tot 15 jaar) alsnog of opnieuw kinkhoest krijgt, maar dan in een lichtere vorm. Kinderen en volwassenen die niet alle inentingen tegen kinkhoest hebben gehad, lopen meer risico om ziek te worden. Hoe jonger het kind, hoe meer kans op een ernstig verloop van kinkhoest. Zeker (pasgeboren) baby's lopen risico op een ernstig verloop.
Neem contact op met de huisarts als een baby in contact is geweest met een kinkhoestpatiënt. Ook kinderen met ziekten van de longen, het hart, spierziekten en ziekten van het zenuwstelsel lopen meer kans op een ernstig verloop van de ziekte. Zwangere vrouwen kunnen, als zij in de laatste zes weken van de zwangerschap kinkhoest oplopen, de ziekte direct na de geboorte overdragen op de baby. Zwangere vrouwen kunnen tijdens de laatste zes weken van de zwangerschap het contact met patiënten waarbij kinkhoest is vastgesteld (door onderzoek van bloed of keelslijm), beter proberen te vermijden.
Meer informatie
Kijk hier voor meer informatie over kinkhoest
Heeft u nog vragen naar aanleiding van deze informatie, dan kunt u contact opnemen met het team Infectieziektebestrijding van GGD Flevoland:
T: 088 0029910
E: infectieziekten@ggdflevoland.nl



