Ziek, zwak en misselijk
Eten en drinken zijn belangrijk om te groeien. Maar soms kun je door eten of drinken ziek worden. Dan heb je ziekmakende bacteriën, virussen of parasieten in je buik gekregen. Vaak proef je helemaal niet of er in je eten van die ziekmakers zitten. En ze zijn ook nog onzichtbaar. Maar een paar uur na het eten begint het: misselijkheid, buikpijn, diarree en overgeven. Soms kun je zelfs koorts krijgen. Je lichaam probeert de ziekmakers uit je lichaam te krijgen. Je hebt dan een voedselinfectie. De ziekmakers zijn via eten in je mond en in de rest van je lichaam gekomen.
Hoe krijg je een voedselinfectie?
De ziekmakende bacteriën en virussen zitten in overgeefsel en poep van mensen. Ze kunnen in eten en drinken terechtkomen. Bijvoorbeeld als iemand naar de WC geweest en daarna niet zijn handen wast maar wel maar wel eten klaarmaakt. Vanaf de handen komt een bacterie of virus zo in eten, bijvoorbeeld in de sla. Als jij dan net die sla eet, komen ze in jouw buik. Je bent dan besmet en dan kun je ziek worden.
Maar besmetting gebeurt ook via spullen. Als iemand overgeeft vliegen de bacteriën of virussen door de lucht. Zo kunnen ze op allerlei voorwerpen komen, zoals de deurknop bij de WC of speelgoed. Stel dat jij net met je handen die deurknop vastpakt, en daarna een koekje pakt en opeet. Dan kan je ook besmet raken.
Geen ziekmakers in je eten
Wees gerust: meestal is eten of drinken juist gezond. Maar soms zitten er onzichtbare ziekmakers in. Je kunt een paar dingen doen om te zorgen dat je ze niet binnenkrijgt:
- Was altijd je handen met zeep voordat je gaat eten of drinken en als je naar de WC bent geweest. Doe dit ook op school of als je mag meehelpen met koken. Handen wassen heeft vooral zin als je het minstens 20 tellen doet. Was je handen ook na het aanraken van (huis)dieren, bijvoorbeeld als je bij de kinderboerderij bent geweest. Want ook dieren kunnen bacteriën bij zich hebben.
- Rauw vlees moet apart blijven van eten dat klaar is. Als je bijvoorbeeld met je ouders gaat barbecueën, eet dan niet van een bord waar eerst rauw vlees op gelegen heeft. En eet alleen vlees dat aan de binnenkant helemaal gaar is
- Drink geen rauwe melk, ook niet een klein slokje om te proeven als je bijvoorbeeld op de kinderboerderij bent. Ben je in het buitenland, vraag dan aan je ouders of je het kraanwater kunt drinken.
Wat moet je doen als je een voedselinfectie hebt?
Bij een voedselinfectie heb je vaak last van diarree en overgeven. Je kunt dan zonder dat je het merkt erge dorst krijgen. Daarom is drinken belangrijker dan eten. Drink als je diarree hebt elke keer een glas water of sap nadat je naar de WC bent geweest. En als je vaak moet overgeven, neem dan elke 5 minuten een paar slokjes of eetlepels water of sap. Want ook als je daarna weer moet overgeven blijft wat vocht binnen. Je kunt ook water drinken met daarin anti-uitdrogingspoeder. Als je minder dan 3 keer op dag plast of als je plas de kleur krijgt van thee, moet je je ouders waarschuwen. En ook als je bloed of slijm in je diarree ziet. Dan is het beter om even de huisarts te bellen.
Eten is minder belangrijk, dus eet pas als je weer trek hebt.
Heb je alleen diarree en je voelt je verder niet ziek, dan kun je gewoon naar school. Denk er dan wel aan om goed je handen te wassen als je naar de WC bent geweest. Trek bovendien de WC door met de klep omlaag. Het is ook goed dat je ouders aan de juf of meester vertelt dat je diarree hebt. Die kan dan maatregelen nemen om te zorgen dat er geen andere kinderen of leraren besmet worden.



