B(r)abbels uit de basisschool
Kinderen kunnen de meest fantastische dingen zeggen!
Wij spreken elke dag veel kinderen en hebben door de jaren heen de grappigste, ontroerendste en diepzinnigste uitspraken verzameld.
Lees en geniet!
- Logopedist tijdens de screening:“Heb jij buisjes in je oren?”
Kind: “Hè, spruitjes in mijn oren?”
- Logopedist: “Duim jij wel eens?”
Kind: “Nee, ik ben zonder duim geboren”
- Logopedist: ”Hoe kom jij aan dat idee?”
Kind: “Dat denk je uit je hoofd”
- Kind: “Jij bent van de ooglopendmie hè?”
- Kind: “Kijk, dit zijn mijn brinkbrouwers” (wenkbrauwen)
- Logopedist: “Jan mag langer opblijven omdat…
Kind: “De weer nog niet zwart is” - Logopedist: “Mag ik jouw tanden even zien?” (bruine tanden)
Kind: “Ja, ik viel en toen zat daar een kwastje en toen waren mijn tanden bruin geworden” - Benoeming door een kind van de wekker:
“Dat is een schoolklok, die maakt je wakker als je naar school moet” - Kind: “Weet je, mijn hond is een paar weken geleden dood overleden”
- Logopedist loopt met koffertje en rugzak over straat, zegt spelend kind:
“Mevrouw, bent u toerist?!” - “Zo’n huis heb ik ook, een enig gezinshuis”
- Bij de afname van een articulatietest.
Logopediste: “De koningin rijdt in een…”
Kind: “Caravan” - Kind: “Wij hebben een hond”
Logopedist: “Leuk, wat voor hond?”
Kind: “een asbakhond” - Logopedist: “Wat heb jij een mooie pet op”
Kind: “Dat is om stoer te worden” - Logopedist: “Nu gaan we naar dit doosje kijken”
Kind: “Ik wist het al en ik dacht het al!” - Reactie van een kind tijdens een opdracht:
“Ik weet het niet want ik ben als laatste geboren” - Reactie van een kind bij een afbeelding van een vrouw die fotografeert:
Kind: “Ah, dat is een meisje dat fototoestelt!” - Kind: “Mama vond mij een zuur kind, ik had heel goed geluisterd, goed hè?”
verwisseling zuur-zoet) - Logopedist: “Wat vind jij lekker?”
Kind: “Sop-eitje”
Logopedist: “Wat is dat dan?”
Kind: “Dat weet je toch, papa doet een ei in de pan, die gaat op brood en
dan soppen met je korstje. Gewoon een sop-ei!” - Een jongetje ziet een meisje met een maillot.
“Oh kijk, dat meisje heeft een broeksok aan" - “Nou en als ik het niet weet dan vraag ik het aan mijn muurman of muurvrouw”
- Logopedist: “Wat leuk, je hebt een zusje gekregen!”
Kind: “Ja, ze is thuis geboord!” - “Je kunt ze gewoon gratis kopen”
- “Mijn oma is gestorven èn overleden”
- Logopedist: “Weet je nog wanneer je jarig was?”
Kind: “13 seconden” - “Een boom die afgezaagd is, heet een stamboom”
- Logopedist: “Waar woon jij?”
Kind: “Naast de buren”



